< Dinsdag 21 Juli: Honolulu, Tonga ... >

We mogen even na midderacht aan boord van de 767. Een stukje kleiner dan de 747, maar niet erg vol, we hebben dus goed de ruimte. Dankzij het vroege inchecken hebben we ook plekken met extra beenruimte. Perfect. Na een aantal uren vliegen zetten we plotseling de landing in. Er is ons wel iets bekend van een tussenlanding, maar we zijn wel erg bezorgd om het feit dat er onder ons alleen zee is te zien. Hevig discussierend over de kleur zwembroek die het beste bij het zwemvest past blijven we maar dalen. Ongeveer 1,3 seconde voordat de wielen op 0 meter zijn aangekomen besluit de landingsbaan van het stille Zuidzee staatje Tonga toch maar te beginnen. Pfff.


Koninkrijk Tonga: Meer water dan land

De luchthaven van Tonga is niet erg groot. Vanuit de raampjes van de 767 kijken we ruim over het luchthaven gebouw heen. We zien wel dat het halve eiland is uitgelopen om bekenden te verwelkomen, uit te zwaaien of beiden. Wij mogen verplicht het vliegtuig even verlaten en worden naar een wachtruimte geleid. Daar hebben we ongeveer evenveel ruimte als op Los Angeles, maar dan met 900 man minder. Ook veel meer vrijheid. De lokale bevolking moet immers zelgemaakte souvenirs aan ons kunnen slijten. Na dit kostelijk tijdverdrijf mogen we weer aan boord. Door de raampjes zien we nog steeds volgeladen taxi’s aankomen. Als de lokale politiemacht in vol uniform (rokjes) eindelijk aan boord is (blijkbaar is er hier zo weinig crimiliteit dat dit uitstapje geen kwaad kan) meldt de piloot moedeloos: ‘Dames en heren, we hadden een half uur geleden moeten vertrekken. Ik kan u wel vertellen dat we zo snel mogelijk zullen vertrekken, maar als uw uit uw raampje kijkt ziet u nog steeds mensen aankomen en gelooft u me toch niet. Ga lekker zitten en geniet van dit schouwspel.’ Dat doen we dus maar en na een uurtje gaan we alsnog weg.