Na de gebruikelijke ontbijtrituelen beginnen we de dag gezond met een lekkere wandeling. Het is behoorlijk bewolkt (niet ongebruikelijk voor
een eiland midden in de oceaan met een ruim 3 kilometer hoge bergrug), maar nog droog. Via een pad dat voor Nieuw Zeelandse begrippen makkelijk
te volgen is klauteren we onszelf omhoog aan de rand van een bergrug. Bij gebrek aan bruggetje passeren we zonder veel moeite een beekje door
van steen naar steen te springen. Aan het eind van de route is een schitterend uitzichtspunt waar we vanuit de hoogte op de Fox Glacier kijken.
Ondertussen begint het flink te regenen. Er is gelukkig een afdakje dus al genietend van een lekkere boterham nemen we meteen even pauze.
De kleine Fox Glacier van ver. De terugweg is door de regen een stukje glibberiger. Dus naast de losliggende stenen moeten we ook oppassen dat we niet in de modder uitglijden. Als we een stukje verder zijn blijkt het voorheen liefelijk beekje uitgegroeid te zijn tot een pittige wildwaterstroom. Het regent ondertussen ook weer, dus wachten is niet echt een optie. Ook heeft de Nieuw Zeelandse genie ondertussen niet snel een brug bij gebouwd. Probleem dus. Maar na een weekendje Hawaii laten wij ons weer niet uit het veld slaan. Met heel veel uitglijden, springen, natte voeten en kleine wondertjes bereiken we alledrie de overkant. Volgende keer zwembroek mee.
De niet zo kleine Fox Glacier van minder ver. Terug bij de camper gekomen besluiten we de gletsjer ook vanaf onder te willen zien. Via een super-hobbelweg rijden we tot vlak bij de gletsjertong. Gelukkig dat we de camper morgen mogen omruilen. Dit hobbelavontuur kost ons twee koffiemokken… Wel nog een mooie wandeling over de achterblijfselen van de gletsjer. Ook nog een mooie waterval gezien. Onze laatste Fox glacier stop is bij Lake Matheson. Hier kan je een schitterend uitzicht over het meer richting de Southern Alps en Fox Glacier hebben. Kan, want het helpt als het niet grauw, mistig en bewolkt is… Scheelt weer foto’s.
De toch wel grote Fox Glacier van dichtbij. We rijden door naar de volgende gletsjer, de Franz Josef Gletsjer. Het is alweer laat in de middag, we zoeken dus maar een camping. De keuze wordt ons makkelijk gemaakt, er is er maar één. We twijfelen nog even hard vanwege de vage campingbaas, de vagere voorzieningen en de niet zo vaag aanwezige hond, maar de enige andere optie is 150 kilometer doorrijden. ‘s Avonds verkennen we het lokale nachtleven nog even. Via een local krijgen we de tip dat er ergens in het dorp nog een ‘pub’ is, boven een woonhuis. Het blijkt te gaan om een veredeld jeugdhonk. Maar ach, ook daar schenken ze bier. |