Zondag
8 Augustus
Haines
- Juneau
Alweer een week onderweg vandaag. Maar wel weer een
nieuwe fase in de vakantie, de ferry naar Juneau. We hebben lucht en land
gehad, tijd voor vervoer over water dus. De boot hoort om 11 uur te vretrekken,
maar om een of andere vage reden moeten we om negen uur al ingechecked zijn.
Eerst tickets nog afhalen, oftewel kwart voor negen daar zijn. Dat is dus vroeg
op voor ons doen. (OK, een week geleden was kwart voor acht nog laat, maar de
jetlag is helemaal voorbij!) Geen probleem echter. Om half negen rijden we
gedouched, gepakt en met volle maag weg naar de ferry.
De terminal
ligt op ongeveer vier mijl rijden. Auto geparkeerd, naar binnen en tickets
afgehaald. Geen probleem. We mogen de auto in rij 5 parkeren, een intiem plekje
tussen twee massale campers en dus een plek zonder enige vorm van uitzicht.
Dennis denkt spontaan aan zijn werk, aangezien de campers erg veel van bussen
weghebben. We vermaken ons anderhalf uur met boeken en folders lezen en de
reisgidsen van Alaska nazoeken waar we nou eigenlijk allemaal geweest zijn. Om
half elf worden we wat ongeduldig. De boot hoort tien uur aan te komen en is er
nog niet. Elf uur weg wordt dus wat overmoedig. Tot overmaat van ramp gaat het
ook nog regenen. Licht geirriteerd blijven we wachten en ja hoor, om elf uur
arriveert de boot eindelijk.
Een onschuldig toeschouwer zou op dit moment denken: ‘Ze zullen nu wel
aanpakken om de boot snel weg te krijgen’. Gelukkig heeft de gemiddelde
alaskaan geen last van stress. Alles gaat heel rustig en men heeft absoluut
niet het idee ‘Laten we maar opschieten, er zitten mensen te wachten’. Gelukkig
mag na het laden van de vracht om kwart voor twaalf de eerste mega-camper de
boot in. Deze uit Florida afkomstige king-of-the-road blijkt bestuurd te worden
door een 75 jarige man, die na zijn pensionering eindelijk eens iets spannends
wilde gaan doen. Zijn leven als werkende bevatte duidelijk geen ‘besturen van voertuigen
langer dan 5 meter’ en dus is het een hels karwei om de camper de boot op te
manouvreren. Zeker aangezien de boot van de zijkant wordt ingereden en alle
voertuigen dus een scherpe bocht moeten maken om niet meteen het water in te
rijden. Gelukkig heeft een van de andere monster-bestuurders een wat betere
hand en deze redt het wachtend volk door het stuur over te nemen en beide
moterhomes vakkundig aan boord te plaatsen.
Na deze
verfrissende observatie van de amerikaanse rijkunsten mogen wij snel de boot
op. We parkeren het beestje zonder problemen en gaan naar het bovendek om een
plekje voor onszelf te zoeken. De boot blijkt vrij nieuw te zijn en is
aangenaam ingericht. Wij kiezen een vierzitter met klein tafeltje als onze
basis en vanuit daar lezen we, halen we koffie, slapen we wat, drentelen over
de boot en het dek en doen pogingen om tussen de wolken door nog een stukje
uitzicht te zien. Tot de wolkengrens is het heel mooi, maar toppen van bergen
zien we niet. Wel worden we vlak voor Juneau nog verrast door het langszwemmen
van walvissen die cliché-matig hun water omhoog spuiten. Alleen doen ze dat nou
net niet als je je vinger op het knopje hebt.
Om iets
voor zessen arriveren we in Auck Bay, de haven die vijtien mijl te noorden van
Juneau ligt. Al acheruitrijdend over het autodek komen we bij de uitgang van
het schip. De drempel om het schip te verlaten ligt echter wat hoog en terwijl
Jasper de bolide de boot afrijdt horen we twee keer een harde knal. Voorwielen
en achterwielen…. Maar geen nood, alles lijkt het nog te doen, dus vrolijk
rijden we richting Juneau. Het gereserveerde hotel in Juneau, het ‘Alaskan
Hotel’, is makkelijk te vinden. Het ligt in de centrale straat van de hoofdstad
van Alaska, een gezellige winkelstraat met veel barretjes en souvenirwinkels.
Hoe on-amerikaans.
De auto
kunnen we vrij makkelijk kwijt om de hoek en dus lopen we met bagage richting
hotel. De reservering blijkt fouten te bevatten op zowel naam, datum en
hoeveelheid personen, eigenlijk is alleen het bedrag goed, maar na wat
heen-en-weer gezoek door de receptioniste blijkt er nog een kamer beschikbaar
te zijn met twee bedden, waar zelfs een roll-a-way bij geplaatst kan worden.
Geluk dus. Het hotel is ontzettend leuk ingericht in ouderwetse ‘rond-1900’
stijl en ook de kamers zijn sfeervol, maar wel een beetje klein. Met moeite
passen we de bagage in (een nachtje wonen in de auto was ruimer geweest), maar
verder is het erg leuk.
Er wordt
spoedig geconstateerd dat er een Pizza Hut in town is en dus wordt dat de
bestemming voor het eten. Na een korte zoektocht geven we de hoop op,
veranderen we het doel en rijden spontaan wel tegen de Pizza Hut op, klein
filiaal in een hoekje bij een benzinepomp. Als we de auto uit stappen ruiken we
erg vreemde dingen bij het rechter achterwiel en ook de handrem blijkt niet
meer te werken. Voor de autotechnicus Dennis is dit groot alarm en dus
overleggen we tijdens het verorberen van de overigens geslaagde pizza over de
te volgen strategie. Er blijkt een Hertz verstiging op het vliegveld te zijn,
wat vlakbij is. Een bezoekje dus.
Zonder veel
problemen vinden we de Hertz vestiging. We parkeren de auto en melden ons bij
de balie. De lokale balie-medewerkster heeft geen diploma
afhandelen-klanten-met-pech en dus wordt de baas opgepiept. Als die na ongeveer
10 minuten verschijnt kunnen we de sleutel inleveren en ze gaat wel even
checken wat er mis is. Na lange tijd wachten op het kleine vliegveldje (wat na
vijf minuten al de beoordeling ‘saai’ had gekregen) komt de baas terug in een
andere witte Taurus, loopt naar de balie, zegt wat tegen de medewerkster en
loopt vervolgens weer weg. Met gevaar voor eigen leven tackelen Jasper en
Dennis de mevrouw en vragen wat de status is. We moeten nog maar even wachten,
zegt ze gepikeerd. De balie-medewerkster legt iets geduldiger uit dat er geen
vervangende auto’s zijn, en alle auto’s zijn gereserveerd en dat ze dus kijken
wat er mis is en of het opgelost kan worden. We moeten nog maar even wachten.
Als we na een uur nog niets hebben gehoord, terwijl het vliegveld er niet
enerverend op wordt, lopen we weer naar de balie. Na wat informeren blijkt dat
de auto ondertussen gerepareerd wordt (de kabel van de handrem is gebroken),
maar dat kan nog wel een paar uur duren. Enigszins pissig stellen we voor om
een taxi te nemen naar het hotel en morgenochtend terug te komen. We hebben
geen zin om zolang te wachten en niets in de stad te kunnen doen. Dit wordt na
overleg geaccepteerd en dus gaan we rond half tien met de taxi terug naar het
hotel.
Het hotel bevat ook een bar, die volgens de Lonely Planet een van de
beteren van de stad is. Dat gaan we dus uittesten. Terechte conclusie, ondanks
dat we de meeste bars niet eens bezocht hebben. De kroeg is evenals de rest van
het hotel sfeervol ingericht en wordt bevolkt door een wijd scala aan mensen.
Toeristen, locals, studenten, backpackers en drie hollanders. Dit geeft een
gezellige open sfeer die absoluut niet amerikaans is. We vertoeven tot
sluitingstijd in de bar en genieten volop van alaskaans bier, whiskey, jus en
sprite. We komen er zelfs nog aan toe een potje schaak te spelen.
Als we aan
het eind van de avond naar bed gaan blijkt de keerzijde van een oud hotel met
open sfeer in Amerika. De kamers zijn gehorig en worden grotendeels bevolkt
door amerikaanse twintigers met baardje die niet gewend zijn aan dit soort
europeesche taferelen. De hele nacht door wordt er geschreeuwd, op deuren
gebonkt, grappen gemaakt en per ongeluk kamers binnen gelopen in de hoop dat er
dames liggen. Deze schoolkamp voor 16-jarige taferelen houden ons helaas
behoorlijk uit de slaap. Om een uur of vier is het eindelijk een beetje rustig,
maar om half zeven wordt er al weer door de lokale dronken eskimo op de deur
gebonkt. ‘Oh sorry, wrong door’ zegt hij met dronken kop. Lang leve de lol…