Zaterdag
14 Augustus
Seward
(Kenai Peninsula)
Ondanks de
uitdagingen voor de neus redelijk geslapen. Alleen Dennis en Jasper klagen wat
over het feit dat elke beweging op het erg zachte bed vertienvoudigd werd.
Zeker met het lage dak leverde dat voor elke uitstoot van de adem een kopstoot
op… Badkamer is wel redelijk, hoewel het vermoeden rijst dat deze niet zo vaak
wordt schoongemaakt. De andere gasten van het pension zijn wat minder precies,
want de meesten zitten beneden in de keuken van het ontbijt te genieten.
Tijdens het e-mail checken komt Patrick tot de ontdekking dat er een echt
hangbuikzwijn bestaat. Een duits kindje heeft daar ook wat moeite mee en barst
in janken uit als het beestje de keuken binnen komt lopen. Dit alles doet ons
nog steeds niet de plannen herzien om niet in het pension te ontbijten, ondanks
dat het gratis is. Wij kiezen voor de frisse lucht en verdwijnen zo speodig
mogelijk met ons autootje naar de normale wereld.
De eerste
stop is de Exit-glacier. Deze gletsjer maakt deel uit van het Kenai Fjords
National Park, een park dat bijna alleen maar over zee te bereiken is. Alleen
bij deze gletsjer is er toegang via land. Dat is ook te merken want de
parkeerplaats staat om half tien al volgeparkeerd met het gebruikelijke
alaskaanse wagenpark; moterhomes, 4x4’s en huurauto’s. Wij plaatsen onze bolide
ook op de parkeerplaats en gunnen onszelf eerst maar eens een ontbijtje.
Vergezeld van de vliegen en andere insekten gebruiken we het dak van de auto
maar weer als tafel. Dit levert ons weer de nodige verbaasde blikken op van de
moterhome eigenaars die lijken te denken ‘Iedereen heeft toch een moterhome?‘.
Na ons ontbijt lopen we het vierbaansrolstoelpad van ongeveer een halve
mijl naar de gletsjer (vermoedelijk de best geplaveide weg die we in heel
Alaska zijn tegengekomen). Onderweg komen we nog vele oudjes tegen die zich
beklagen over het feit dat de parkeerplaats zo ver is. De lokale ideeen bus zal
dan ook wel vol zitten met constructieve ideeen om het pad te vervangen door
een rolbaan, het invoeren van een shuttle dienst, of het kunstmatig wegsmelten
van de gletsjer om de parkeerplaats beter aan te kunnen leggen. Het staat ook
vol met waarschuwingen voor bijen en wespen. Door het relatief droge weer zijn
er zeer veel nesten dit jaar. Gelukkig hebben wij meer beren dan geel gejast
ongedierte gezien. Het valt dus wel mee. Zeker bang voor rechtzaken.
Bij de
gletsjer aangekomen krijgen we weer een mooi beeld van dit machtige
ijsspektakel. We beginnen helemaal onderaan en lopen daarna naar boven tot
vlakbij de gletsjer. Ondertussen hopen we nog dat een aantal eigenwijze
amerikanen die de glesjer bekijken van achter de bordjes ‘dangerous’ flink
worden aangepakt door een lokale rangers, maar die zijn waarschijnlijk meer
bezig met de vrouwelijke collega’s, goed uitziende dames van maximaal 17 jaar
(ook een unikum in Alaska). Bovenaan kunnen we de gletsjer zelfs legaal
aanraken en het voelt toch wel heel anders dan de 10 cm sneeuw die wij in Nederland
hebben. Via een pad door de bush-bush en weer het snelvoetpad komen we terug
bij de auto.
Het tweede
plan van de dag is het lopen van de Marathon-trail. Sinds een jaar of 90 wordt
deze trail op de 4e juli gebruikt voor een race de berg op. Deze zeer zware
trip is hier het spektakel van de festiviteiten op de 4e juli. Volgens de
Lonely Planet is deze trail ook prima te wandelen voor hikers met mindere
conditie en de eenzame reisgids belooft ons een mooi uitzicht. Dat gaan we dus
maar doen. We parkeren de auto bij het officiele begin van de trail. De bordjes
ter plaatse waarschuwen ons echter voor de zwaarte van het pad. Zeker het
eerste stuk is extreem steil en er wordt aangeraden via een ‘jeep-road’ naar
boven te lopen en eventueel later een shortcut te nemen naar de marathon-trail.
Braaf als we zijn doen we dat maar, waarschijnlijk verstandig, want zelfs de
jeep-road is al erg steil. De jeep-road gaat, zoals het kaartje al had beloofd,
over in een normaal wandelpaadje bij de waterval. Deze waterval horen we
spoedig, maar vergezeld van een ander water-geluid, namelijk regen. Als we op
zoek gaan naar het vervolgend paadje blijkt dat een niet onderhouden pad door
de natte bush te zijn langs een hoog hek van twee meter. Gelukkig hebben we een
paar honderd meter geleden de short-sut naar de marathon-trail gezien en we
proberen de shortcut dus maar. Dit paadje is ook weer dwars door de bush en we
gaan een beetje twijfelen of deze paden ooit onderhouden worden. Als we bij de
marathon-trail uitkomen blijkt dit om een zandpad steil de heuvel op te gaan.
Door de regen is het nu meer een blubberpad. Enigszins laf, maar waarschijnlijk
wel verstandig, besluiten we maar terug te gaan naar de auto. Misschien gaat
omhoog wel, maar naar beneden zal het wel erg snel gaan op zo’n glibberig pad.
Seward is nog steeds vreselijk druk en we hebben geen van allen zin om
hier lang rond te blijven hangen. Terug naar het pension wordt natuurlijk
helemaal weggestemd en het maken van een boottochtje naar het Kenai Fjords
National Park begint bij 100 dollar. Bij gebrek aan veel alternatieven met deze
regen besluiten we dus maar om wat meer te gaan verkennen van het Kenai
Schiereiland. Na ongeveer twee uur rijden door een divers landschap komen we in
Kenai aan, de hoofdstad van het gelijknamige eiland. Deze stad is niet meer dan
een standaard amerikaanse verzameling van straten die haaks op elkaar staan,
diverse winkels en fastfood ketens. Wel is er een typisch nederlands zandstrand
(dit deel van het eiland is ook behoorlijk plat!) en om alvast te wennen lopen
we daar een stuk over. Het uitzicht is een tikkeltje anders. In plaats van de
weidse Noordzee hebben we hier uitzicht op hoge bergketens in de verte. Niet
helemaal Nederland dus…
Om ongeveer
half acht zijn we terug in Seward en op verzoek van Dennis gaan we de lokale
Chinees eens uitproberen. Een goede keuze, want het speciale menu wat we
bestellen is vooral voor alaskaanse begrippen zeer betaalbaar en ook nog eens
erg lekker. We hebben kip, vlees, vis en groenten en natuurlijk ook chinees
bier. Na ruim een uur verlaten we het restaurant en besluiten nog een stukje
door downtown te lopen. Een willekeurige zaterdagavond in Seward is ietsje
minder levendig dan in Amsterdam en we zitten dus weer snel in de auto. Terug
in het pension hollen we weer snel naar boven. We puzzelen nog wat met de
bagage om het weer in vliegtuig-formaat te krijgen voor morgen en verorberen de
laatste blikjes frisdrank en flesjes bier. Onze rust wordt niet verstoord door
hangbuikzwijnen en dus kunnen we met een gerust hart gaan slapen.