Donderdag 12 Augustus

Dawson City – Lake Louise

Gisteren - Home - Morgen

Allemaal goed geslapen, en om acht uur fris weer op. We hoeven vandaag niet heel veel te rijden, maar het stuk naar Tok, ongeveer 180 mijl is mogelijk volledig onverhard. De verschillende kaarten zeggen hier verschillende dingen over, dus dat wordt nog interessant. Ook mogen we weer een grens over. Een hoop uitdaging dus. Na ontbijt en inpakken lopen we al tegen de eerste uitdaging aan, de Yukon rivier. Deze rivier is zo breed dat er geen brug over gebouwd is. We moeten dus met het pontje over. Gelukkig is het niet druk en nadat het pontje is gearriveerd kunnen we meteen mee. De op- en afritten zijn vakkundig voorzien van een groot hoogteverschil, maar deze keer redden we het zonder de remkabels kapot te rijden.

De weg na de veerpont blijkt gelukkig nog voorzien van asfalt. Rijdt een stuk prettiger. De weg heeft als naam ‘Top of the world highway’. Typisch, want we rijden niet bijzonder noordelijk en ook niet bijzonder hoog. Waarschijnlijk heeft de weg z’n naam te danken aan het feit dat het zeer rustig is (los van een grote hoeveelheid campers) en dat hij is aangelegd over diverse heuveltoppen. Na twee uur bereiken we de amerikaanse grens en na wat controle-vraagjes en stempeltjes mogen we ook weer Alaska in.

Na de grens begint de ellende, gravel! Blijkbaar vond Alaska het niet de moeite waard deze weg te asfalteren. Op zich is het nog wel redelijk te rijden, alleen vinden de verenigde camperbestuurders van Alaska dat ook. De moeilijkheidsgraad zit ‘m dus voornamelijk in het vermijden van de diverse campers met bestuurders die graderen van redelijk tot compleet onnozel. Het toppunt van krankzinnigheid is nog wel de bestuurder van een 15 meter lang monster die geen idee had hoe ver hij van de kant af zit. Voor de zekerheid blijft hij maar in het midden rijden. Passeren iss compleet onmogelijk, maar ook tegenliggers verwerken kost minimaal een kwartier.

Wegens gebrek aan benzinepompen werd het ook nog een uitdaging om om te gaan met de stress van een brandend benzinelampje terwijl je nog 80 mijl te gaan hebt. Maar gelukkig, tegen enen reden we Tok binnen (jaja, eerder geweest). In Tok dus maar meteen getankt, en waarschijnlijk hadden we nog wel een mijl of 50 gekund. Omdat het ondertussen ging regenen maar besloten om lunch te gaan genieten in de lokale favoriet: Fast Eddie’s. Deze tent is erg druk maar serveert prima voedsel. Om een uur of half drie dus maar door op weg richting Anchorage.

Door het regenachtige weer iss er weinig van de omgeving te zien. We zijn dus blij als we om half vier ‘Afslag Lake Louise Lodge’ tegenkomen. We hadden bij het Lake Louise een leuk klinkend onderkomen gevionden via internet. Benieuwd wat dat in de praktijk zou zijn. Via weer een gravelweg van 16 mijl uiteindelijk bij Lake Louise. En inderdaad, na het volgen van de bordjes blijkt er een Lake Lousie Lodge te zijn. De bar is direct de motel-receptie en na wat zoeken wordt onze reservering gevonden. We blijken gepland te zijn in een blokhut, vijftig meter van de lodge af. Een korte inspectie leert ons dat het hier gaat om een vervallen hutje met een tweepersoonsbed en een stapelbed. Ook zijn de sanitaire voorzieningen in de lodge, wat met deze regen betekend douchen voordat je de douche bereikt hebt. Gelukkig blijkt er nog een alternatief, een iets duurdere hotel-achtige kamer in de nok van het huis. We besluiten dat maar te doen wegens de voorkeur droog te blijven.

Na uitpakken en een kort middagslaapje (we worden wel oud) gaan we ook maar eten in de lodge, de enige mogelijkheid in een straal van tig kilometer. Als we benede komen in de bar/restaurant zit daar een wat vreemde mix van mensen. Dit is blijkbaar een jaag-gebied want aan de bar zitten vier in jagertenue gehesen dame en heren onder het genot van een biertje na te praten over de vangst van de dag. De barman die ons ‘s middags geholpen had (samen met dochter) blijkt weggepromoveerd te zijn naar de keuken. Hij is vervangen door een wat traag ogende dame van amerikaans postuur die zowel bardienst als serveerdienst heeft. Met veel moeite weten we menu’s los te praten waarna ze direct al de bestelling wil opnemen. Als we melden even op de kaart te willen kijken loopt ze wat verbouwereerd weg en gaat op het hoekje van de bar zitten kijken wat wij aan het doen zijn.

Onze keus is gevallen op vis en steak. En direct komt de dressing voor de bijbehorende sla. Een tijdje later komt de sla en soep pas. Gelukkig is het eten zelf van erg goede kwaliteit. Zeker het beste wat we deze reis gehad hebben. Na afloop van de maaltijd krijgen we snel de rekening, maar als Patrick de credit card neerlegd wordt daar weer helemaal niets mee gedaan. We gaan maar wat kaarten en drinken nog wat bier en fris. Pas na ruim een uur wordt de kaart ontdekt en hebben we eindelijk betaald!

Er is ooit een televisieserie geweest ‘Northern Exposure’. Deze serie ging over een arts die vanuit New York naar Alaska moest om daar een artsenpraktijk op te zetten in een klein gehucht. Hij had daar te maken met diverse lokale mensen met allemaal hun bijzondere gewoontes. Maar allemaal een beetje vreemd. We hadden het idee in die serie mee te spelen. Zou het gebrek aan licht in de winter en het overvloed aan licht in de zomer hier soms mee te maken hebben?

Gisteren - Home - Morgen