Woensdag
11 Augustus
Skagway
– Dawson City
Na een wat
rumoerige nacht (de wasserette van het hotel lag tegenover onze kamer en
draaide nachtdiensten…) om half negen op en weer fijn in onze prive-badkamer
alle ochtendrituelen uitgevoerd. Jasper’s humeur wordt ondertussen aardig
beinvloed door ongewenste mailtjes die binnekomen. Moet je maar ook geen laptop
meenemen op vakantie! Als we rond half tien de auto ingepakt hebben besluiten
we onszelf eerst eens te trakteren op een goede kop koffie in de Starbucks die
we gisteren gespot hebben. En de koffie was goed!
Via een
mooie pas rijden we met een slakkegangetje naar boven. We mogen niet harder dan
veertig mijl per uur. De amerikaanse overheid is blijkbaar bang voor schade
claims van belabberd rijdende automobilisten (een normaal verschijnsel in
Amerika helaas) en neemt het zekere voor het onzekere. Bovenaan de pas is
alweer de douane. Ook deze keer moeten we door Canada om van Alaska naar Alaska
te komen. Canadese douane kijkt ons vriendelijk aan, checkt de paspoorten vlot
en we mogen meteen door. Welkom in de beschaafde wereld!
Om een uur
of half twee (het is hier een uur later) bereiken we Whitehorse, de hoofdstad
van de provincie Yukon Territories. Deze relatief grote stad heeft 23.000
inwoners, ongeveer 2/3 van de hele bevolking van de provincie, 32.000! Toch is
het behoorlijk druk als we de auto parkeren bij (de enige?) mall van de stad.
Er is een grote supermarkt, een paar afgetakelde winkeltjes en een soort Hema.
Als Patrick en Jasper op zoek gaan naar de WC moeten ze door een streng
beveiligde ingang. Bij de WC aangekomen wordt deze ontsloten door beveiliging
achter de camera. Zeker veel diefstal-problemen.
We slaan booschappen in, voornamelijk brood en beleg, en rijden weer vlot
door op zoek naar een lunchplekje. Iets ten noorden van Whitehorse vinden we
een rest-area, maar helaas zonder picknick tafel. We gebruiken het dak van de
auto dus maar als tafel en staan daar, tot hilariteit van andere gebruikers van
de rest-area, gezellig omheen te eten. Brood is goed, beleg is lekker. Een
geslaagde lunchstop dus.
We moeten
nu nog ruim 300 mijl over de ‘Kondike Highway’ richting onze volgende plaats
van overnachting, Dawson City. Door het verloren uur met de tijdzone is het nog
aardig doorrijden. De omgeving is niet bijzonder. ‘Gewoon’ heuvellandschap met
veel dennen, meertjes en rivieren. In Nederland direct een nationaal park, maar
hier de standaard. Na een benzinestop en een bestuurders-wisselstop komen we
ongeveer om 7 uur in Dawson City aan. Dit aan de Yukon rivier gelegen plaatsje
is 100 jaar geleden groot geworden tijdens een van de grootste goldrushes uit
de geschiedenis. Typisch is dat ze de hele rivierbedding hebben afgezocht naar
goud en de kiezels langs de rivier hebben gedumpt. Hirdoor rijdt je door een
woestijn van kiezelbergen als je het stadje binnenkomt.
We hebben
gereserveerd in de Klondike Kate’s cabins. We kunnen deze niet direct vinden,
maar als we het lokale visitor center binnenstappen blijken we al vlakbij te
zijn. De receptie helpt ons prima en snel hebben we de sleutel van onze nieuwe
cabin, voor alle gemakken voorbereid. Er is een telefoonstekker, maar geen
aansluiting, een verwarming die nog niet werkt, een licht dat nog niet werkt en
ga zo maar door. Verder wel prima bedden, hoewel Dennis zich hier op een
luchtbed moet nestelen.
‘s Avonds eten
we wat in het restaurant met dezelfde naam, ‘Klondike Kate’s’. Deze dame heeft
in de vroege 1900’s veel naam gemaakt door de goudzoekende heren te voorzien
van voedsel en vermaak. Het eten is dan ook prima, we gaan alledrie grieks en
eindigen met een lekker stukje cheesecake. Na het nuttigen van de maaltijd
lopen we nog wat door de stad. Een wat typische uitstraling. Heel veel
vervallen huizen en vaak is alleen de gevel van het huis opgeknapt. De rest is
troep. Ook heel veel lege plekken in de stad en de wegen zijn niet
geasfalteerd, maar voorzien van een zandlaag. Dit alles geeft een hele
bijzonder en macabere sfeer. Een dorpje waar Stephen King trots op zou zijn.
Teruggekomen
in de cabin kijken we vol verwondering nog naar de TV, waar men de World
Wresting Federation uitzend. Vreemde lui, die Amerikanen! Dus wordt het maar
snel slapen. Patrick en Jasper op echte bedden, en zielige Dennis op z’n
luchtbedje….